Lat.: Drosera spec.; Dr.: moggeneter, vliegenvanger, zunnedauw
Plantenfamilie die in Drenthe met drie leden is vertegenwoordigd: Kleine, Ronde en Lange zonnedauw (Drosera intermedia, rotundifolia en longifolia). Zonnedauw is een zogenaamde 'vleesetende' plant en haalt een belangrijk deel van de benodigde voedingsstoffen uit insecten. De bladeren scheiden een kleverige stof af waarop kleine insecten blijven vastkleven. Daarna worden de dieren verteerd en opgenomen door de plant. Alle soorten komen voor in heide- en veenmilieus. Kleine zonnedauw treedt vaak massaal op na plaggen van vochtige heide. Ronde zonnedauw groeit vooral op veenmoskussens, terwijl Lange zonnedauw gebonden is hoogveenslenken waar enig mineraalrijk grondwater opborrelt. Lange zonnedauw komt anno 2003 in Nederland alleen nog voor in het Bargerveen en is daarmee een van de zeldzaamste planten van ons land. De beide andere soorten zijn vooral in Drenthe veel algemener. In het Bargerveen komt als grote bijzonderheid ook de kruising voor tussen Ronde en Lange zonnedauw. De homeopathische industrie gebruikt zonnedauw onder meer als middel tegen ziekten aan de keel. Door ontginning, ontwatering, vergrassing en verbossing zijn veel gebieden ongeschikt geworden voor zonnedauwsoorten, met name voor Lange zonnedauw. Tegenwoordig nemen de kansen voor Kleine en Ronde zonnedauw weer toe door een beter heidebeheer en natuurontwikkeling. Door de zeer specifieke eisen van Lange zonnedauw ziet de toekomst er voor deze soort minder rooskleurig uit.