Dagvlinder behorend tot de parelmoervlinders.
In Nederland eertijds vrij algemene soort van de hogere zandgronden. Tegenwoordig zeldzaam. Vliegt op open plekken en in bosranden en kapvlakten van eiken- berkenbossen op voedselarme gronden in combinatie met grazige heidevegetaties. In Nederland is de half parasiet Hengel Melampyrum pratense de voedselplant van de rups. De bosparelmoervlinder was ook in Drenthe vrij algemeen. In 1992 kwam hij echter nog maar op één locatie voor: de Schoonloër strubben bij Schoonloo. Het was tevens de grootste populatie in Nederland. Nadien is de soort niet meer waargenomen en is in Drenthe uitgestorven. Pogingen om de soort elders uit te zetten (onder meer Kniphorstbos bij Anloo) zijn mislukt.
