Als zodanig zijn bekend Hermannus Ahuus (c. 1390), Arnoldus ten Bulte (c. 1550) en heer Evert, de laatste pastoor van de kapel. Hij overleed in 1585. Heer Evert staat als pastoor te Pesse vermeld in de dodenlijst in het pastoorsboek van Ruinen. Hij stierf als slachtoffer van de pestepidemie tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De kapel had eigen inkomsten o.a. van hooiland, de Papenmaat.
In 1519 was er een hooglopend conflict over de kerkenlasten tussen de Pessenaren en de pastoor van Ruinen. Op advies van mr. Hugo ten Nuel wendden ze zich tot de paus in Rome en werden in het gelijk werden gesteld. Bij de kerk stond een klokkenstoel. Volgens overlevering zou de klok daarin in 1672 door de MĂĽnstersen zijn gestolen. De kapel, waarin gereformeerde diensten werden gehouden, is daarna vervallen. Pas in 1870 kreeg Pesse opnieuw een eigen kerk.