Tot 1998 Borger, tussen Borger (zuiden) en Gasselte (noorden). Ten westen ervan ligt het uitgestrekte bosgebied Drouwenerveld met brandtoren, heidereservaat en de vennen Smitsveen, Meeuwenveen, Watermolenveen , Lunsveen en Meindersveen. Ten noorden van Drouwen ligt het Drouwenerzand, waarvan de oostelijke helft één grote heidevlakte met zandverstuiving is, de westelijke een bosgebied met café-restaurant en bungalowpark.
Veld en zand maken het gebied rond het dorp tot een trekpleister op toeristisch gebied.
In 1381-83 is sprake van Druwen in den kerspel to Borgheren. De naam betekent: op of bij de druw (akker- of bouwland; druwen = bebouwen). Ook bronnen uit 1463 en 1482 vermelden Druwen, eentje uit 1609 Drouwen. Verwantschap met de mansnamen Drouwe, Druwe en Dru acht men onwaarschijnlijk.
De hunebedden D 19 en 20 waren de eerste die met moderne archeologische technieken werden onderzocht en wel in 1912 onder leiding van J.H. Holwerda. Drouwen was één van de negen marke- en veengenoten betreffende het Convenant van 1817 met de stad Groningen over de turfafvoer via het Stadskanaal. In de Drouwenervenen begon de afvoer in 1822. In de tijd der Afscheiding scheidde Drouwen zich kerkelijk af van Borger. Het was vroeger een zeer arm dorp: 'De moezen ligt er dood veur de spinde (broodkast) en die er nog bint, die staot bokkie um 't katoen oet de laamp te vreten'... Er waren echter ook wel enkele grote Saksische boerderijen te vinden. Schimpnamen voor de inwoners: Bontrokken, Poepen, Dikbillen, Steenkloppers, Stoetkonten en Mikken.
Autobioscoop 'De Oude Waag' was tussen 1969 en 1994 een bijzondere attractie. Er waren maar twee autobioscopen in Nederland, de andere stond in Landgraaf (L.). Camping Alinghoek was één van de eerste campings in Drenthe. In Drouwen hebben meerdere molens gestaan, de laatste is in 1923 afgebroken.
