In 1309 vermeld als Esethe, 1440 Exte, 1462 Ee(c)kster markt, Egestermarkt, 1449 Ext, 1883 Eekst en 1887 Eext. De naam is afgeleid van ekesate = woning, woonplaats bij de eik of van agista, een oude waternaam, waarin de stam ag- = in beweging zetten.
In 944 telde Eext negentien erven, in de 17e eeuw dertig (ca. 250 inwoners). In de 18e eeuw werd een begin gemaakt met de vervening van de uitgestrekte Eextervenen ten noordoosten van de plaats. Eext is een van de negen veenmarkegenoten, die in 1817 het Convenant met de stad Groningen sloten over de turfafvoer via het Stadskanaal. Het hoogtepunt van die afvoer lag in de Eextervenen omstreeks 1835.
In 1841 werd de hervormde kerk, een zgn. Waterstaatskerk, gebouwd en werd een predikant benoemd. In 1851 kwam het gemeentehuis in Eext te staan; nadat dit eind 19e eeuw afbrandde, kwam het nieuwe gemeentehuis in Annen te staan. Begin 20e eeuw kreeg Eext ook een zuivelfabriek. Het dorp staat bekend om de met zware eiken begroeide brinken, zeven in tal, waarvan een met dobbe, een andere met schaapskooi (1642). De Zuiderbrink is een van de grootste in Drenthe. In het dorp staat een kruideniersmuseum annex winkel (L. Westerhof).
Schimpnaam voor de inwoners: Ossen (veeboeren).
