Bij slecht weer konden schepen zich richt naar dit baken en bovendien konden ze bij Ens beschut liggen. Het baken en de bescherming van het eiland moesten bekostigd worden uit het Enssergeld. Alle Drentse schepen die Zwartsluis passeerden voor de vaart over de Zuiderzee moesten bij de sluis het Enssergeld betalen.
