Studeerde aanvankelijk theologie in Groningen, maar schakelde daarna over op rechten. In 1868-1869 was hij leraar Staatswetenschappen in Sneek en Arnhem. In de laatste stad werd hij in 1871 hoofdredacteur van de Arnhemsche Courant. Via het district Winschoten kwam hij in 1877 in de Tweede Kamer. Tot zijn dood bleef hij kamerlid. In de laatste periode, 1913-1917, werd hij gekozen door de regio Emmen. De Groningse liberaal, soms katheder-socialist genoemd, werkte in een Comité ter bespreking van de Sociale Kwestie samen met de Asser socialist Obbe Rommerts. Hij was voorzitter van de Volksbond tegen drankmisbruik, hoofdbestuurslid van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, voorzitter van Volksonderwijs en actief voor 'Vrede door Recht'. Hij was een paar maal minister.
Naam kreeg hij als gangmaker voor de parlementaire enquête van 1886, waarin geageerd werd tegen misstanden in de industrie; dit leidde tot de Arbeidswet van 1889. Hij was een strijder tegen sociaal onrecht. In 1913 werd hij kamervoorzitter, tot zijn dood in 1917. Goeman Borgesius had een eredoctoraat in de medicijnen, verleend door de RUG op grond van zijn wetgevende arbeid voor de volksgezondheid. In Den Haag is een gedenkteken voor hem opgericht.

- Functie: Politicus
- Geboren: 1847-01-01
- Gestorven: 1917-01-01
- Geboren in: Schildwolde
- Gestorven in: Den Haag