Ter onderscheiding van een zgn. volle boer, die over vier (of meer) paarden beschikte. In die zin ook gebruikt voor »keuters, dat wil zeggen landarbeiders en/of boeren zonder paard, maar met een ambacht of nering.
Halve boer
Oorspronkelijk een sinds de invoering van het haardstedengeld in 1672 gehanteerde fiscale categorie van boeren met twee paarden.