Na bereiken van de beoogde omvang worden de bomen voor de voet geveld; de stammen worden afgevoerd, de takken verhakseld of op rillen geschoven. Op de ontstane kapvlakte (1 à 1,5 ha) werden de jonge boompjes voor het nieuwe bos aangeplant. Men spreekt dan van kunstmatige bosverjonging. Tegenwoordig streeft men naar kapvlakten, niet groter dan 1 à 1,5 keer de boomlengte. Kapvlakten hadden tijdelijk bijzondere vogels te gast waaronder de in Drenthe zeldzame Nachtzwaluw.
Kaalkap
Eenvoudigste kapwijze om opgaand bos in een volgende generatie bos over te laten gaan.