Ten noorden van het dorp liggen de woeste gronden Hullenzand, Mantingerzand en Balingerzand, ten oosten het boscomplex Mepperveld met het Mekelermeer, ten zuidoosten de boswachterij Gees met de Hooge Stoep en ten westen de woeste gronden Martensplek en Lentsche Veen. Hemelsbreed 5 km ten noordoosten van dit vrij jonge dorp ligt het veel oudere Balinge.
Nieuw-Balinge wordt voor het eerst in 1900 op de kaart vermeld door HAD, gelegen tussen het Groote Veld (noorden) en de Borker en Broek Veenen (zuiden). Laatstgenoemde streek wordt gekenmerkt door twee kanalen, Luchiesvaart en Middenraai, met tal van zijkanalen (wijken). Dit kanalen- en wijkenstelsel is vanaf medio 19e eeuw gegraven. Toen is ook de nederzetting Nieuw-Balinge gesticht, westelijk van de huidige plaats, bestaande uit verspreide landarbeiderswoningen. Na WO II werden de bewoners van dit 'oude' Nieuw-Balinge verplaatst; het merendeel van hun kleine huizen werd opgeruimd.
Nieuw-Balinge ligt midden in het plan Goudplevier, waarin door Natuurmonumenten het landschap van voor de heideontginning wordt gereconstrueerd.
