Voor het eerste pand is gebruik gemaakt van een reeds aanwezige vaart, het Noordse Opgaande. In 1862 was men gevorderd tot de Zijtak te Nieuw-Amsterdam. Pas in 1867 is het kanaal - zij het eerst nog als hulpkanaal - aangelegd tot aan de latere Ericase brug. Als gevolg van geschillen over het verdere tracé van het kanaal kwam de verbinding met het Süd-Nord-Kanal pas eind 19e eeuw tot stand. De Verlengde Hoogeveensche Vaart ten oosten van Erica wordt ook wel Van Echtenskanaal genoemd, omdat dit gedeelte werd uitgevoerd door de N.V. Nieuw-Echtens Veen Compagnie, die de concessie daarvoor had overgenomen van de DKM. Het kanaal heeft nog een functie als vaarweg, maar op De Zijtak alleen nog voor de recreatievaart.
