Overheidsgezag, dat niet in een hiërarchische relatie, maar als eigen erfelijk recht wordt uitgeoefend.
Heerlijke rechten konden wetgeving, bestuur en rechtspraak omvatten, in meer of minder ruime vorm, maar meestal ook aanspraken op inkomsten uit goederen (zakelijke rechten). Het collatierecht (benoemingsrecht van predikanten), het tiendrecht (recht op een tiende deel van de oogst), veer- en visrechten zijn voorbeelden hiervan. Drenthe kende in het verleden verschillende tiendrechten, cijnzen (boter- en roggepachten) en rechten op kerkgestoelte. Na in de Bataafs-Franse tijd afgeschaft te zijn geweest, werden alleen de zakelijke heerlijke rechten in de Grondwet van 1814 hersteld.
Zie ook: Heerlijkheid.