logo Geheugen van Drenthe

Locatiedossiers

Nora Rehatta

Nora Rehatta (1948) had gewoon met de Harmanni bus in Assen naar school kunnen gaan, maar regelmatig pakte ze de fiets.

Ze zat op de middelbare school op de Kohnstammschool voor huishoud- en nijverheidsonderwijs in Assen en fietste vaak met haar vriendin Anneke Raggers en met Suzie Lumalessil naar school. Anneke zat op de MAVO en was de dochter van de beheerder J. Raggers. Hij was in 1967 de opvolger van de vorige beheerder Jan Hunnik.

De vader van Nora , Alexander Rehatta (1914), en moeder Anna Geertruida Maitimu (1917) kwamen met de New Australia op 29 april 1951 in Amsterdam aan. Met Nora's één-jarige broertje Jan kwamen ze in de met steenkolen gestookte barak 83 te wonen, waarna ze naar barak 15 verhuisden. Daar hadden ze verwarming , centraal gestookt vanuit de "Stoom", het Ketelhuis. Papa ‘Tjandé’, de bijnaam die hij kreeg van de Schattenbergers, was een rustige maar gedisciplineerde man die van orde hield. Als hij van zijn werk kwan van textielbedrijf Ten Cate in Nijverdal stond het eten klaar en zat iedereen gezamenlijk aan tafel, zo hoorde het. En als er op zijn Moluks iemand onverwachts kwam, kon die zo aanschuiven en werd het eten gedeeld.
Net als Nora nu, hield hij niet van onenigheid en tegenstellingen.

Nora was heel actief om en rondom het kerkelijk gebeuren. Ze zat in het zangkoor en later bij de PPKM (Pemuda Pemudi Kristen Maluku), de Christelijke Jongeren Organisatie van de kerk. Nog tijdens de middelbare schooltijd wilde Nora graag 'pengadjar' worden, zondagsschool juf, van de GIM-kerk (Geredja Indjili Maluku) de Moluks Evangelische Kerk. De kerkregels waren indertijd nogal strict. Voor je 18-e of voor de belijdenis (sidi) moest je regelmatig naar de kerk, naar de catechisatie en je mocht bijvoorbeeld niet dansen. En daar werd goed op gelet, er was sociale controle.

De opleiding voor pengadjar behelsde onder meer dat je zelf een 'nats' (bijbeltekstje) moest bestuderen en later in de groep collega's een interpretatie ervan moest geven bij een presentatie. Haar aanstaande collega's waren Meity Manuputty, Lize Metiary, Etty Maitimu, Fien en Erna Pattiruhu. De leraren waren oom Lili Singadji en oom Tjaka Tuhumury. Daar kwam het echter niet van. Nora zou bijna alleen les geven aan een zondagsschool klasje, toen ze bij een bruiloft betrapt werd. Ze deed vrolijk mee met het feest door te dansen en overtrad daarmee de kerkregels. De maandag daarop werd ze gekapitteld en tijdelijk geschorst. Ze had er flink de smoor in.

De kerk kreeg door werkgevers ook een rol toebedeeld als je naar werk zocht. Zo solliciteerde ze bij de Psychiatrische inrichting "Licht en Kracht" in Assen, een christelijke instelling. De inrichting deed navraag naar haar bij dominee Metiary. Ze werd uitgenodigd voor een gesprek in het bijzijn van oom Tuhumury. De instelling deed haar beklag dat ze te veel zou lachen en daardoor niet aangenomen kon worden. Nu nog voelt ze zich niet aangesproken. Nora was daarom ook niet uit het veld geslagen en solliciteerde verder op eigen initiatief bij de zorginstelling Dennenoord in Zuidlaren en werd aangenomen. Haar schorsing van de kerk liep nog, maar ze nam beleefd afscheid van de leiding. Dus de baan kwam haar goed uit. Ze ging intern, maar was wel elk weekend in Schattenberg. Ze had nog 2 zusjes en 2 broertjes en was dus regelmatig thuis om haar moeder te helpen.

De Rehatta's woonden aan een open gedeelte, een grindveld (‘batu kerikil’) dat voor barak 15 ligt. De hele week door waren er allerlei activiteiten daar. Kinderen speelden er, er was een markt op de dinsdag en ook de 'Oto Briba', de marskramer kwam er.

Uit haar vroegste jeugd herinnert ze zich vele de verhalen en liedjes van haar moeder. De Rehatta's waren klein behuisd met een kleine kamer, een woonkamer met opklapbed en WC op de gang. Ze herinnert zich nog haar buurmeisje Netty Marwa, die naar kamp Vosseveld (Winterswijk) verhuisde in 1959. Op de kampschool zat ze in de 1e klas bij juf Pruys. De andere leraren waren onder andere Scholten, Kuhuwael, Endendijk, Karst, Vorspel en Plet.

Dat het dak van de school (barak 107) bij een storm wegwoei was een grote gebeurtenis. De GIM-kerk huisde daar ook. Later werd de school herbouwd en de kerk kreeg een andere plek.

Nora kan nog zo haar schoolvriendinnen en de kinderen uit de buurt opnoemen: Nellie Noya, Nella Titapasanea, Martha Manduapessy, Joke Noya, Jeanne Veerman, Rachel Polnaya, Anna Tuhumury, en de stille Lies Mual. Ze heeft het contact altijd gehouden en weet met wie ze getrouwd zijn en waarheen verhuisd, Tiel, Krimpen aan den IJssel, Bovensmilde, Vaassen enz.. In de PPKM tijd waren het ook haar vriendinnen. Het Jeugdlokaal, een bijgebouw van de Schouwburg was de gebruikelijke locatie voor activiteiten. Wat ze nog vreselijk vond is dat toen ze een keer in het Jeugdlokaal was (februari 1967), ze zag dat Leasa geslagen werd. De Leasa-groep die het administratiekantoor bezet hield, kwam op voor de KNIL rechten. Ze zat in het zangkoor van de kerk en zong samen met Hannah Metiary, Nella Haurissa, Nelly Noya en anderen de door dominee Metiary zelf gecomponeerde liedjes. Hij begeleidde hen daarbij op de tifa, ze gebruikten geen notenschrift, ook niet de do-re-mi notatie. Hij zong het voor en ze zongen het hem na:" Ne tamba ne... la mari pulang" .

Né tamba né la mari pulang dulu jo,
bulan sudah masuk,
bintang siang sudah naik,
naik di pedati takut ombak basah kain,
bitjara tagal beta,
hati panas bukan main

Nora is nog steeds actief met de Molukse gemeenschap ook in Assen.
Ze heeft met een ADAK-productie meegedaan en zit ook in het koor bij de voorbereiding van ADAK-3 dat hopelijk in 2022 doorgaat.

Nora Rehatta, Assen

Alle rechten voorbehouden

Geheugen van Drenthe maakt gebruik van Erfgoednet 3.0 een product van Vitec Memorix