Schoonebeek is altijd een buitenbeentje in Drenthe geweest, ver weg in het zuidoosten van de provincie tegen de Duitse grens aan. Schoonebeek ontstond op een rij zandruggen langs het Schoonebekerdiep. De oude buurtschappen van toen liggen er nog steeds langs kronkelende weggetjes die de koppen van de zandruggen volgen: Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos.
Een eind ten oosten van Schoonebeek lagen bij het Schoonebekerdiep de groenlanden van de Schoonebeker boeren. Hier had iedere boer zijn eigen veestal. Booën noemde men ze . ‘s Zomers lieten de Schoonebekers er jonge ossen weiden om ze later als slachtvee te verkopen. Deze vetweiderij bracht de boeren van Schoonebeek vooral in de achttiende eeuw veel welvaart. De monumentale boerderijen uit die tijd zijn daar tot op de dag van vandaag nog duidelijk een bewijs van. Van de tientallen booën van vroeger is er nog maar één over, de Wilms’ Boo vlakbij Nieuw-Schoonebeek.
Wilms’ Boo is voor het eerst gebouwd in 1654 en na een verwoestende brand werd in 2008 de herbouw afgerond. Stichting Het Drentse Landschap is nu eigenaar en verhuurt het gebouw als erfgoedlogies.
Van de oude welvaart van de Schoonebeker boeren was vlak voor de Tweede Wereldoorlog bitter weinig overgebleven. De boeren verdienden weinig en de mensen uit het dorp die vroeger hun boterham in het veen verdiend hadden, zaten werkloos thuis. In die jaren was het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking van Schoonebeek ongeveer de helft van het landelijke gemiddelde. Er leek een wonder nodig in Schoonebeek...
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog had niemand in Schoonebeek door dat dat wonder op het punt stond te geschieden. In 1943 boorde de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM, een dochter van Shell) olie aan bij het dorp. Het Schoonebekerveld zou één van de grootste olievelden van West-Europa blijken.
In het begin had het dorp weinig op met de BPM en haar boortorens. Het stak de Schoonebekers dat de BPM’ers hen net zo behandelden als de bevolking van Nederlands-Indië waar veel BPM’ers daarvoor gewerkt hadden.
Na de oorlog richtte Shell voor haar Nederlandse dochter samen met de Amerikaanse oliemaatschappij Esso de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) op om de productie snel ter hand te kunnen nemen.
Begin jaren vijftig draaide Schoonebeek al op volle toeren. Tientallen jaknikkers maakten hun trage slagen om de olie omhoog te pompen. Twee keer per dag vertrok een lange NAM-trein naar de raffinaderij in Pernis. Het jaar 1957 zou een topjaar voor Schoonebeek blijken. Het Schoonebeker veld produceerde meer dan 200 duizend vaten olie. Samen met de kleinere olievelden elders in het land voorzag Schoonebeek dat jaar in ongeveer een kwart van de binnenlandse vraag naar olie.
Dat de komst van de olie-industrie naar het dorp ingrijpende gevolgen had, laat zich gemakkelijk raden. ‘Slapend Schoonebeek door aardolie gewekt’ kopte een landelijk dagblad in 1957.
Eind jaren vijftig werkten zo’n 650 mensen in het dorp bij de NAM en was de helft van de Schoonebeker beroepsbevolking ervan afhankelijk. Het oliebedrijf zorgde ervoor dat de achteruitgang van het aantal banen in de landbouw en het veen kon worden opgevangen, iets wat elders in Zuidoost-Drenthe totaal niet lukte.
‘Zorg dat bij je bij de NAM aan het werk komt, dan zit je de rest van je leven goed’, was het credo waarmee de Schoonebeker jeugd opgevoed werd. Ook bij de boeren kon de oliemaatschappij geen kwaad doen. Ze werden immers royaal vergoed voor het gebruik van hun land.
De olie-industrie maakte in de jaren vijftig een ander dorp van Schoonebeek: nieuwe woonwijken, nieuwe scholen, sportaccommodaties, een cultureel centrum, allerlei nieuwe winkels. Mensen die een poos niet meer in het dorp geweest waren herkenden Schoonebeek pas weer als ze in Westerse Bos, Middendorp en Oosterse Bos kwamen.
Eigenlijk waren de gouden jaren van Schoonebeek over voor ze goed en wel begonnen waren. De vondst in 1959 van het aardgas onder Slochteren maakte van de NAM van oliebedrijf vooral een gasproducent. De hoge productiekosten van de moeilijk winbare Schoonebeker olie zorgden ervoor dat de productie in Schoonebeek snel afnam en in 1996 zelfs een tijd helemaal gestaakt werd.
Dankzij de hoge olieprijzen besloot de NAM in 2011 toch nog weer vele miljoenen in het Schoonebekerveld te investeren om het weer in productie te nemen. Met nieuwe technieken wordt stoom naar de putten gebracht .Het moet de olie zo vloeibaar maken dat het mengsel opgepompt kan worden. De NAM verwacht de komende 25 jaar in Schoonebeek nog zo’n 100 miljoen vaten olie naar boven te kunnen halen.
Praktische info
Het landschap rond Schoonebeek, liggend in de gemeente Emmen, wordt gedomineerd door grijsmetalen torens en enorme groene buizen. Aan de andere kant van het dorp vind je dromerige klinkerstraatjes, eeuwenoude boerderijen en prachtige boerenerven. Rechtstreeks vanaf het industrieterrein het verleden in. Bezoek naast de jaknikkers ook de beschermde dorpsgezichten Westerse Bos en Oosterse Bos. En vergeet het Zwaantje Hans-Stokman’s Hof niet.
